Onderwijs
Onderwijsrollen
Alle geneeskundestudenten krijgen tijdens hun studie vaardigheden aangeleerd. Deze vaardigheden bestaan o.a. uit communicatievaardigheden (het voeren van een consult, afnemen de anamnese) en medisch technische vaardigheden (lichamelijk onderzoek). Aan het eind van een academisch jaar worden alle tot dan toe geleerde vaardigheden getoetst. Als observator word je meestal voor een dagdeel gevraagd (ochtend of middag) en je observeert dan één station. Er komen zo’n 10-20 studenten aan je voorbij. Aan de hand van een criterialijst beoordeel je in hoeverre de student laat zien over de vaardigheid te beschikken.
Als tutor krijg je te maken met een onderwijsgroep die werkt volgens het Maastrichtse probleemgestuurde onderwijssysteem (PGO). In de eerste twee jaren komt de onderwijsgroep tweemaal per week (maandag en donderdag) twee uur bij elkaar. In de onderwijsgroep wordt het ene probleem afgerond (nabespreking), en de volgende gestart (voorbespreking).
De tutor probeert via zijn feedback aan de groepsleden het functioneren te bevorderen. Als inhoudelijke ondersteuning maakt hij gebruik van de tutorinstructie met achtergrondinformatie, beoogde leerdoelen en literatuursuggesties.
Deze rol is vergelijkbaar met de tutorrol. In jaar 3 doorloopt de student 4 clusters met als thema’s abdomen, bewegingsapparaat, circulatie en longen en psychomedische problemen en GGZ. De coach speelt een belangrijke rol bij de evaluatie en toetsing van de student, bewaakt de inhoudelijke voortgang en werkprocedures en zorgt voor een actief werkklimaat
Tijdens de CORE –bijeenkomsten (Consultvaardigheden en Reflectie onderwijs) worden simulatiepatiënten nabesproken, komt reflectie-onderwijs aan de orde en worden studenten getoetst volgens een toetsplan. Een CORE-groep bestaat uit 10 studenten, die gedurende twee achtereenvolgende clusters (nl abdomen en Bewegingsapparaat) in diezelfde samenstelling bij elkaar komen met een vaste begeleider. Het gaat in totaal om 8 bijeenkomsten (donderdagmiddag) met afwisselend nabesprekingen en intervisie.
De studenten aan de FHML zijn verplicht vanaf hun 4e onderwijsjaar een 10 weekse keuzestage in te vullen. Deze stages zijn zowel mogelijk in binnen- als buitenland, en kunnen bestaan uit een keuze uit een vast programma-aanbod dan wel een zelf georganiseerde stage.
Van de stage dient een verslag gemaakt te worden (Engelstalig, ook voor binnenlandse stages). De stages worden begeleid door een interne en externe begeleider.
Vanuit HAG worden gemiddeld 15-20 keuzestages/jaar begeleid. Dit betreft voornamelijk buitenlandse stages.
Als Hab begeleid je gedurende 10 weken een groep van 11 co-assistenten tijdens de terugkomdagen op woensdag. De terugkomdagen vinden plaats in Maastricht of in het Diagnostisch Centrum te Eindhoven. Vier dagen per week brengt de student door in een huisartspraktijk. De co-assistenten worden tijdens de terugkomdagen begeleid door een huisartsbegeleider (Hab).
Samen met de studenten bereidt de Hab programma’s van de terugkomdagen voor. De Hab houdt voortgangsgesprekken met de studenten. Tijdens de 10-weekste stage verricht de HAB 2x een praktijkbezoek om zo een beeld te krijgen van de stage in de betreffende huisartspraktijk. Verder bespreekt en beoordeelt de Hab consultverslagen, opdrachten, referaten, casuspresentaties en professioneel gedrag.
In de opleiding Geneeskunde bestaan twee participaties van 18 weken: een in de gezondheidszorg (GEZP) en een in de wetenschap (WESP).
De student die jaar 5 heeft afgerond bezit het grootste deel van kennis en vaardigheden, nodig voor het uitoefenen van het toekomstige artsberoep. Voordat hij/zij echter de dagelijkse artspraktijk kan uitoefenen is het nodig een periode te doorlopen waarin geleerd wordt – in een steeds groeiende zelfstandigheid - variërende combinaties van deze kennis en vaardigheden toe te passen. Dit gebeurt tijdens de participaties.
In vergelijking met de co-assistent heeft de semi-arts dus een grotere zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Dit moet in de WESP blijken uit het zelfstandig uitvoeren van een wetenschappelijk onderzoeksproject.
Het leerproces van de student staat nog altijd centraal tijdens de participaties. Daarom is een intensieve begeleiding door de semi-arts begeleider noodzakelijk.
